Tot dan

Je had zo graag nog verder willen leven,
hier onder ons, met man en twee maal kind.
Toch is je weinig tijd nog meer gegeven,
rust nu maar uit, rust nu maar uit mijn kind.

De plannen voor de studie lagen al weer klaar,
je wilde ook daarmee nog iets bereiken.
Een ander plan was ook voor jou reeds daar,
zou God van ons een uurtje willen wijken?

Jouw winst, straks zeer aanschouw’lijk daar,
is ons een troost, doch niet vanzelf gekomen.
God geeft ons allen rust, aanschouwelijk altaar,
zijn Zoon, gestorven, zal eens weder komen.

Tot dan! Dan zullen wij met jou aanschouwen.
Toch nog een feest, ondanks ‘t gemis.
Niet steeds weer huilen, niet steeds weer rouwen,
maar zien op Hem, Die onze Vader is!