Mooi uitzicht

Café Eethuisje De Oase, Zalk, ‘s zondags gesloten; we zitten even uit te puffen, even weg van de IC waar Gerdien ligt, even tot rust komen en even ander eten dan ziekenhuiseten. Rust denk je dan. Plots gaat een herkenbare bel – westminster – dezelfde als Gerdien thuis gebruikt om ons te alarmeren. Hier worden er binnenkomende klanten mee gedetecteerd maar hij gaat ook af als de ober in- en uitloopt; zal ik hem vragen of de bel ook even uit kan – nu even – straks maar weer aan?

Het eten smaakt goed, het bier laat ik maar achterwege, zo in de felle zon en we moeten tenslotte fris blijven om alle ontwikkelingen te kunnen volgen.

De dorpskerk roept; kom even binnen, hier vind je rust. Een vriendelijke meneer heet ons welkom en wijst me op de mogelijkheid de toren te beklimmen. Na een lichte aarzeling – de laatste dagen zijn vermoeiend geweest – begin ik aan de klim. Donkere ruimtes en wankele trappen wisselen elkaar af. Er hangen wel lampen, maar de schakelaar kan ik niet vinden. Op het hoogste punt is het donker en ik besluit daarom maar terug te keren, een illusie rijker. De uurwerkkast onthult ook een teleurstelling; elektrisch aangedreven, geen balansen en gewichten, maar slechts 1 puls per halve minuut. Gelukkig was de pols van Gerdien wat meer op dreef.

Na mijn op- en neergang kom ik vermoeid de kerk weer binnen – ‘ we moeten zo gaan’ zegt Hetty – en ik ga er even bij zitten. ‘Heeft u Zwolle zien liggen meneer en de IJssel?’. ‘Nee, daarboven was het donker’. ‘Maar waren de luiken dan niet open, ze kunnen echt open, als u wilt loop ik met u mee’. Hetty ziet de bui al hangen.

Ik bezwijk inderdaad voor de uitnodiging. ’32 meter hoog is ie meneer, ik moest het vroeger op school leren’. Met de nodige tussenstops zal ik het wel redden. Door mijn gedachten flitsen de beelden van toen, toen ik met mijn oudste zoon een berg beklom en hij vooruit liep. Het was in zijn slechte tijd en ik wilde hem niet ‘missen’. Uitsluitend die kracht bracht me boven; boven is hij en het uitzicht is geweldig.

Op mijn laatste adem kom ik boven; hoe gaan de luiken open? Mijn ‘reisgenoot’ opent ze voor me en inderdaad is het niet voor niets geweest. Een prachtig overijssels panorama is mijn beloning en ik geniet met volle teugen. Mag ik hier blijven, of roept de aarde me terug?

Als ik op krachten gekomen ben begin ik weer aan de terugtocht. De luiken boven blijven open. ‘Voor de volgende meneer’. Samen dalen we weer af op zoek naar het lichtknopje. Inderdaad, bij de eerste tree om het hoekje. ‘Als je het weet zie je het’.

Ik zou er nog een tijdje willen blijven, zwalken door Zalk, even proeven wat Harmen hier gevonden heeft. Misschien voor een toekomstige break, kamperen op een pleisterplaats, ver weg van de andere pleisterplaats waar we de laatste tijd bivakkeerden: de IC van Isala.

Het is tour de France tijd. Zware ritten op vijandige bergen. Na iedere bocht een volgende tocht. 1000 meter ingewisseld voor een kilo vermoeidheid – op weg naar de top.

Tour de France, Skåla in Noorwegen; de Zalker toren; mooie tochten, inspannende tochten; tochten zoals het leven kan zijn. Geniet van het uitzicht als je boven bent, want hoe hoger de berg hoe mooier het uitzicht.