Van beeld, tekst en een broodmachine

Op mijn fotografie site beschrijf ik waar mijn passie ligt en verwoord die in termen van ‘Licht en Letters’. Het zal niemand verbazen dat in tijden van een pandemie en de daarmee samenhangende isolatie, waarin ik mij met een deel van mijn gezin bevind, er weinig te fotograferen valt. Mijn rolstoeldochter heeft whatsappies de wereld ingestuurd als teken van leven, maar daar blijft het dan ook bij. Mijn fotowerk ligt op zijn gat, juist omdat ik fotograaf van de ontmoeting wil zijn.

Het ‘Licht’ is even uit dus en wat resteert zijn de ‘Letters’. En daar heb ik er gelukkig nog genoeg van. Juist in een periode van rust en afzondering komen de gedachten van deze toe- en beschouwer vanzelf en ontstaat de behoefte deze woorden te geven. Ik heb daarom mijn oude website met blogs nieuw leven in geblazen en laat me verrassen wat er allemaal komen gaat – het is er de tijd ook naar zullen we maar zeggen.

‘Of ik een hamsteraar ben’ vroeg ik mezelf af vandaag. De lang gekoesterde broodmachine is gearriveerd en een van mijn niet opgesloten dochters heeft zowaar een pak broodmix kunnen bemachtigen en bij ons voor de deur gezet samen met een tros bananen en wat sinaasappelen, noodzakelijke bestrijdingsmiddelen voor mijn nu al drie weken aanhoudende griep. Ik zat dus al binnen, dus zit ik dankzij corona-gevaar eigenlijk in de verlenging, die waarschijnlijk langer gaat duren dan de wedstrijd zelf. Hopelijk komen er geen strafschoppen, want er valt niets te winnen.

Met enige aarzeling heb ik de voordeur geopend en trok ik ongezien mijn reddingspakket binnen onze vesting, want dat is het. Het tuinhek zit op slot, de brievenbus is weer buiten opgehangen en er staat een blauwe container met een briefje dat daar de pakketjes in mogen, want de goederenstroom moet gaande blijven; een trapdingentje voor mijn rolstoeldochter nu de fysio is weggevallen en een leesboek dat ik later aan de kleinkinderen wil geven.

In onze vesting zijn de voorschriften aangescherpt want onze rolstoeldochter hebben we niet voor niets weer thuisgehaald. Het was een vreemd gevoel haar weer ‘naar huis’ te halen en ik moest denken aan een verhaal dat ik eerder schreef toen ze de deur uit ging op weg naar ‘zelfstandig’ wonen in een begeleide setting. ‘Daar gaat ze’ was de titel van de blog en nu dacht ik ‘Daar komt ze’. Want lang gaat het waarschijnlijk duren en onze levens zullen weer meer verstrikt dan wat destijds – met tranen in de ogen – de bedoeling was. Toch is het fijn weer zo voor elkaar te kunnen zorgen al is de setting de verkeerde. Zij doet de was weer en helpt met van alles mee als ware het haar geplande dagbesteding.

Het hamsteren zij me vergeven hoop ik; het kleine beetje geeft me als mantelzorger het gevoel dat ik het niet alleen voor mezelf doe. We zullen de broodmachine morgen uitproberen en als het smakelijk brood oplevert zal ik de rest van de familie vragen me wekelijks wat extra mixjes aan te leveren.

 

Eén wereld

En zo wordt je samen stilgezet. Corona lijkt alles te beheersen. De (mogelijke) gevolgen voor ons gezin zijn groot. Onze rolstoeldochter zit opgesloten in haar eigen huisje omdat de dagbesteding dicht is en zij en haar buurmannen en -vrouwen geen bezoek meer mogen ontvangen. Ze is niet de enige die behoort tot de vergeten groep als het gaat om aandacht en maatregelen. Omdat ze tot de kwetsbaren behoort vragen wij ons af of we haar naar ons huis moeten halen; uit voorzorg mijden we daarom zelf maar zoveel mogelijke contacten inclusief die met de kleinkinderen. Andere kinderen van ons hebben kwetsbare beroepen en vragen zich af hoe het verder gaat met werk, gezin of huis.

Ondanks de retorisch mooie toespraak van Rutte blijf ik toch met tegenstrijdige gevoelens zitten. Het is er de tijd niet voor om te gaan jij-bakken, maar ik wordt toch een beetje iebel van de woorden als ‘we hebben ze hard nodig’ en ‘we zijn trots op ze’ als het om werkers binnen gezondheidszorg, het onderwijs en de politie gaat. Juist naar deze, veelal door passie gedreven, werkers is er de afgelopen jaren te weinig geluisterd als het over hun problemen ging omdat het door hem geleide kabinet juist niet luisterde naar deskundigen en met veel valse ‘logos’ en te weinig ‘pathos’ haar eigen ‘ethos’ aan het verspelen was. Ze zijn stelselmatig ondergewaardeerd en nu blijken we ze allemaal hard nodig te hebben om …. ja, wat om?

Natuurlijk heeft een samenleving een gezonde economie nodig, maar is geld de enige noemer die telt? Als de wegvallende export zo enorm is (85% van de bloemen) vraag je je af waarom we al deze werkers niet ‘inzetten’ voor onze eigen (voedsel)productie en in de publieke sector. Boeren zouden hierin een onderscheidende rol kunnen spelen; van varkens naar bloemkolen, van kippen en kazen naar meer gewassen voor eigen consumptie. Ik roep maar eens wat.

Zelf ben ik een beetje bang dat we met een forse greep uit onze diepe zakken het huidige systeem zo snel als mogelijk weer op het oude niveau willen brengen zonder na te denken over de systeemfouten in bijvoorbeeld de wereldhandel en -economie. Misschien is het ook handig bij een redesign ook de milieu-, verkeersproblemen en het uit de hand gelopen massatoerisme mee te nemen; allemaal kenmerken van een wereld die sneller moet dan ze kan. Ik weet dat sommigen het een ‘rotmaatregel’ vinden, maar onze wereld moet echt van 130 naar 100 en minder willen we niet verstoppen en verstikken ! En af en toe eens samen een dag helemaal – uit eigener beweging – stil gaan staan. Ik ken trouwens Iemand die dat ook zo bedoeld heeft.

 

 

Twee werelden

Blij was ik; ik mocht foto’s maken van een optreden van een Grand Lady van de muziek, Lenny Kuhr. Herinneringen aan een mooie, zwoele, stem met verhalende liedjes. Vluchtig maakte ik kennis met haar man Rob die me nog wat aanwijzingen gaf. En zo ging ik van start; als een straatfotograaf sloop ik door het kerkje op zoek naar mooie beelden en composities. Kon ik niet alleen de artiesten en het publiek vangen, maar ook de sfeer?  In de pauze vertelde Elly – ik noem haar de moeder Theresa van venen en de oorden – me het verhaal van Rob Frank; het maakte diepe indruk op me, Ik werd herinnerd aan mijn ontmoetingen met Jaap Hemelrijk; ook overlevende uit een Joods geslacht. Ik ontmoette Jaap in zijn boerderijtje in de buurt van Zwartsluis, fotografeerde hem en sprak met hem over die afschuwelijke oorlog en over de eenzaamheid die hij voelde sinds het overlijden van zijn vrouw. maar ook steeds meer als overlevende.

Eenzaamheid – alleen nog over met je zus – het beeld liet me niet meer los en bij mijn kruipdoor-sluipdoor tocht naar mooie beelden werd ik even stilgezet omdat ik zag wat ik in mijn hoofd had.Twee werelden. Rechts achter in de kerk een man, voorovergebogen en uitbeeldend de eenzaamheid uit mijn hoofd. Links het concert – daar waar het gebeurd – gadegeslagen door een vrouw die ook afstand houdt; zou het zijn enige zus zijn?

Hergeboorte van een website.

De afgelopen periode ben ik druk geweest met fotografie. Na mijn afstuderen aan de fotovakschool heb ik me zelf ‘losgelaten’ en heb gezocht en gevonden wat ik als fotograaf zou willen doen: mensen ontmoeten en verhalen vertellen; verhalen van de ontmoetingen. Het resultaat van deze ontmoetingen leg ik vast als ‘schrijver met Licht en Letters‘ in zowel foto’s als teksten – soms gecombineerd tot een artikel of boek.

Op mijn website http://www.defotosjaak.nl vind je een fotografisch verslag van mijn ontmoetingen. Concerten waarvan ik ook een verhaal wil maken, reportages en kleine series rond een thema.

Deze website is bedoeld om mijn ontmoetingen in Letters te beschrijven. Ik pak daarmee de oude draad weer op. Het is de wederopstanding van mijn website KaJaSBooks. De blogs die ik hier ga schrijven zullen zo mogelijk ook weer hun weg vinden in een tastbaar boek – een opvolging van mijn uitgave in 2012.

 

Watch-the-rainbow-watch-the-rainbow-watch

Deze woordspeling zonder eind laat me even niet meer los sinds gisteravond. We hadden er alles aan gedaan met zoveel mogelijk gezinsleden naar een concert van Matthijn Buwalda te gaan. Tot op het laatste moment was de deelname niet maximaal en ondanks de zich herhalende uitnodiging leek het daarbij te blijven. Mijn oudste zoon had eerder een jeugddienst meegemaakt waar Matthijn optrad en bleek niet overenthousiast te zijn. Gesloten als hij is kwamen we er niet helemaal achter, maar ik denk dat het met afstand houden te maken heeft. Afstand tot wat en wie?

Uiteindelijk koos hij – gestimuleerd door zijn vriendin, die we gezien de duur van hun relatie tot ons gezin rekenen – toch mee te gaan voor de gezelligheid en om zijn zusjes niet teleur te stellen. Dankbaar en blij vertrokken we met z’n allen naar Zwolle. Matthijn trad op in de thuiskerk van onze rolstoeldochter en we hadden ons gehaast op tijd te zijn voor een mooi plekje. Gewapend met veel zin en mijn camera zat ik met een deel van mijn gezin op de eerste rij. Mijn camera is het mooiste excuus om met de neus vooraan te zitten, ook al is dat te midden van de allerkleinsten.

Matthijn stelde ons niet teleur. De nummers van zijn nieuwste CD geven blijk van zijn talenten, zowel muzikaal als tekstueel. Voor mij speelt herkenbaarheid in de teksten een grote rol en in dat opzicht is het lied Podium van Leven een topper. Als beschouwend mens zweef ik dan even boven mijn eigen en andermans leven en zie zon en regen, soms tegelijkertijd. Afstand: waar zou mijn zoon dat van hebben?

Na afloop het gebruikelijke handtekeningenwerk. Dit keer had ik er een efficiënt gebeuren van gemaakt. Aan ieder briefje voor een handtekening had ik voor Matthijn een frutseltje gehangen met daarop de naam van de betrokkene.

Bij het briefje voor mijn oudste zoon + vriendin vroeg Matthijn een toelichting; of het een stel was. Ik lichtte toe hoe ze elkaar hadden leren kennen en mijn gedachten gingen daarbij terug naar een tijd waarin ik me zorgen maakte om mijn oudste. Een tijd waarin we tijdens vele boswandelingen elkaar mochten vinden als zoekende mensen; ik op mijn pad en hij op een voor mij onbegrijpelijk pad dat mij uiteindelijk zicht gaf op een groep ook zoekende en vaak – door het leed in de wereld – gekwetste jongeren. Vaak donkergekleed weerspiegelen zij wat zij in de wereld aantreffen. Leed – it ain’t fair – maar alom aanwezig. Waar is de hoop – dacht ik vaak toen ik met hem sprak, hoop op een betere wereld, hoop op gerechtigheid. In die tijd schonk ik hem een horloge uit mijn verzameling, een horloge dat de kleurencirkel van Johannes Itten als wijzerplaat heeft, regenboogkleuren die naar ‘hoop’ verwijzen voor een van onrecht ondergelopen wereld, naar een nieuwe wereld die zeker komen gaat.

Mijn zoon en het horloge zijn onafscheidelijk. Ook toen hij samen met zijn vriendin en Matthijn op de foto ging. Het heeft een mooi plaatje opgeleverd dat ik altijd bij me zal houden.

En als de hoop af en toe vervaagd zal ik hem vragen hoe laat het is…

Tweeluik

Vandaag weer een dagje ziekenhuis. Onze jongste dochter wordt een haar onderkaak geholpen. Een sterke overbeet maakt een forse voorwaartse correctie van de onderkaak noodzakelijk. Toen we van huis gingen zat ons hoofd nog vol met andere dingen; de definitieve verhuizing van onze oma-tante naar het verpleegtehuis, woonzorg opstartproblemen voor onze rolstoeldochter plus het lopende genonderzoek en een onvermijdelijke baanwisseling van haar moeder. De afgelopen dagen zaten we samen deze en andere dingen op te sommen – je wilt tenslotte een beetje overzicht houden; het gevoel te willen controleren hebben we al opgegeven. Vaak vragen we ons af waarom het allemaal zo en waarom zoveel is. Of we echt een antwoord op die vraag willen?

Vol van gedachten sta je dan bij de opnamebalie, spreek je alles door met de verpleging en laat je je dochter achter in een kamertje in afwachting van een oproep voor de operatie.

In het restaurant doen we ons tegoed aan een vette hap. Zittend op een luie bank hebben we uitzicht op ‘het Onze Vader’ in glasuitvoering. Ik wil u aanraden het kunstwerk een keer te gaan bekijken in RK-ziekenhuis de Weezenlanden in Zwolle. Fijn dat je – als je het nodig hebt – zulke woorden voorgehouden worden.

Toch was ik na herhaaldelijk doorlezen van de tekst teleurgesteld. Als u in de gelegenheid bent lees het dan zelf eens, wellicht dat u hetzelfde ervaart. De tekst op het kunstwerk eindigt met en verlos ons van het kwade, punt .. meer niet. Zouden ze hier gestopt zijn omdat ze met het kwade ‘ziekte’ bedoelen? Zou de kunstenaar het niet verder begrepen hebben dan dit? Een gebed tegen ziekte? Mijn teleurstelling zat ik het ontbreken van de resterende woorden want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid*’. Daar waar het gebed kantelt van zorg naar hoop is het hier gestopt. Abrupt afgebroken en stilstaand bij onze aardse behoeften. Hoe kun je de hoop, de blik op Gods krachtbron juist in een ziekenhuis weglaten; een huis waar veel mensen niet ‘beter’ uitkomen; tenminste drie van onze ouders niet?

Mijn gepeins werd onderbroken toen Fharona voorbij reed. Ze is een vriendin van onze rolstoeldochter en het laatste wat we over haar hoorden was dat ze in een langdurige lichaamsshock geraakt was vanwege nierproblemen. En hier ‘rolt’ ze dan zomaar weer voorbij, lachend als altijd. Als u haar ‘verhaal’ kent zult u net als ik stil worden, stil en als ouder bescheiden in je eigen-kind-zorgen, ook als je eigen dochter op het punt staat geopereerd te worden. Van zo’n meisje krijg ik nou kracht omdat ze een voorbeeld is hoe met de gebrokenheid van het leven om te gaan. Achter haar de glazen wand met het gebed; samen vormen ze een schitterend tweeluik – teken van Gods werkelijke en werkende liefde!

Nu zitten we te wachten op onze jongste dochter. Er is net gebeld dat ze op de uitslaapkamer ligt. Een operatie van drie-en-half uur dus, veel langer dan gepland. Hoe zou het met haar zijn? Straks zullen we het zien; ik zal kijken met de tweeluik voor ogen.

A-910, A-909, A-905, A-men

Kortgeleden verhuisden we een oude tante, ze is als een moeder voor ons. Zo lang ik haar ken maakte ze deel uit van mijn ouderlijk huisgezin. Ze leverde haar aandeel zonder het op te eisen. De laatste tijd wilde het niet mee zo vlotten. De beentjes wilden er niet meer zo makkelijk onder en ze begon dingen te vergeten en de dingen die ze nog wist te herhalen. En zo verhuisden we haar van een appartementencomplex naar een echt bejaardentehuis. Ze was blij met haar nieuwe stekje; alles herkenbaar ingericht en na de spannende verhuizing een oase om eens verdiend uit te rusten.

Haar vriendin vond haar een paar dagen geleden naast haar bed. Ze had de pyjama nog aan; veel zei ze niet meer en hulpeloos als ze was werd ze met de ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Een beroerte had haar geveld. Was de verhuizing haar te veel geworden?

Mijn vrouw en ik troffen haar op kamer A910. Verstopt tussen dekens en kussens lag ze daar. Een kwetsbaar mens in een ogenblik veranderd van hulpvaardig naar hulpvragend. Verdrietig verlieten we het ziekenhuis en namen afscheid in de verwachting dat het de laatste keer was.

Die avond bezochten we een praise-dienst in ons oude kerkgebouw in Meppel. Onze eigen predikant hield een overdenking; protestante gast in een nu katholiek huis. Een stapje opzij deed hij om ons een beter zicht te geven op een Stervende aan het kruis. Mijn gedachten dwaalden af naar mijn tante en ondertussen wisselde ik SMS-jes met mijn broer over haar die ons beiden dierbaar is.

Ik ‘vertelde’ waar ik zat en dat we afscheid genomen hadden die middag. ‘Ga maar’ had ik in gedachten tegen haar gezegd; ‘het is goed zo’. En daar zit je dan in een praise-dienst. Na een ‘Amen’ van mijn broer stokte het praisen en vielen mijn gedachten stil op zoek naar een onmogelijke balans tussen vreugde en verdriet.

De daarop volgende dagen bezochten we haar een aantal malen. Telkens was ze verhuisd naar een andere kamer. A910, A909, A905. We zagen zowaar een voorzichtige vooruitgang en ik deed geheugentestjes met haar om te ontdekken hoever ze in de tijd teruggevallen was. Haar spraak scheen zonder betekenis, totdat ik ontdekte dat ze complete zinnen sprak, zelfs met een juiste intonatie; alleen de woorden klopten niet. Afasie. Hersenen zijn ingewikkelde dingen en mijn bewondering voor de Schepper neemt alleen maar toe als ik zie wat er allemaal mis kan gaan.

Tante is nu weer verhuisd, dit keer naar een verpleegtehuis. Wonderlijk hoe je toch weer op kunt knappen op je 88-ste. Ze ligt nu op een revalidatieafdeling. Zouden ze haar nog weer zover kunnen krijgen dat ze weer terug kan naar haar eigen plekje waar ze nog maar zo kort van heeft kunnen genieten; of zal ze voor de laatste keer verhuizen en  –  volgens de laatste dagen door haar eindeloos uitgesproken wens – eeuwig thuiskomen?

A910, A909, A905 ……… Ik heb er vrede mee; uiteindelijk zal ik met mijn broers er ‘Amen’ op zeggen.