13% retour

Ik ben bij Zembla aangeland. Een uitzending over retourstromen bij webwinkels heeft mijn interesse gewekt. Ik droom even kort weg naar mijn studietijd waarin ik het consumentengedrag bij het grootwinkelbedrijf bestudeerde. Een ogenschijnlijk vreemde interactie tussen logistiek en menselijk gedrag. Schappen-plannen, looproutes en overprikkeling die tot hypnose leidt. Ik smulde er destijds van.

In deze uitzending dezelfde onderwerpen. ‘Bestel maar, bestel maar’ is het devies van de webwinkel. Maak het de consument maar zo makkelijk mogelijk en dus doen we het makkelijk, gewoon omdat het kan: vijf stuks bestellen in verschillende kleuren en er vier terugsturen – kosteloos natuurlijk. Of twee dagen in een nette outfit lopen en deze met parfum en al retourneren – kosteloos natuurlijk.

Gaandeweg de uitzending wordt steeds duidelijker hoeveel we retourneren – 13%1 – en wat de gevolgen daarvan zijn. Omdat een groot deel van de retourartikelen niet meer verkocht kan worden omdat het zelf- of slechts de verpakking beschadigd is ontstaat een hele handel rond deze ‘afvalstroom’. Pakhuizen vol klaar voor verzending naar verre oorden en gigantische machines die spullen vernietigen omdat men er geen andere bestemming voor weet.

Het kijken naar deze gigantische verspilling en vernietiging stemt me somber en vervult me met schaamte omdat ik soms ook winkel bij die winkels en omdat sommige van mijn kids eenzelfde bestelbeleid hanteren – gewoon omdat het kan.

Ik blijf achter in verwondering, ik wist niet dat het zo erg was. Met andere ervaringen is dit er één die me in de handen van de lokale detailhandel drijft.

‘Mag ik nog even die andere schoenen passen mevrouw’. Tot vorige maand kon dat nog. Nu staat er een bordje op de deur dat de zaak dicht is. De ‘sprinkhanen’ hebben hun werk gedaan.

1schatting: 80 miljoen euro.

de Witte Wieven

Bovenop de Ballumer Blinkert wil ik staan in afwachting van de zonsondergang. Er is een weersverandering op komst en dan moet je erbij zijn als fotograaf. Veranderende omstandigheden vastleggen in verstilde beelden; ik hou van tegenstellingen.

Op het schelpenpad van de Verbindingsweg naar de Blinkert kan ik nog net een kleine salamander ontwijken die zich te goed lijkt te doen aan de door de zon opgewarmde schelpen. Mooi oranje is hij, net als de zon. Voorzichtig probeer ik hem op te pakken, hij lijkt wel dood, maar langzaam komt er weer leven in. Ontroerend teer diertje op een gevaarlijke fietsroute, ‘ik zal je redden’. Languit liggend probeer ik een foto te maken, wel focus, maar geen scherpte en te weinig licht – op hoop van zegen. Dankbaar groetend zet ik hem even later op een veilig plekje ver weg van het fietspad.

Door deze onverwachte ontmoeting moet ik me nog haasten. Boven aangekomen blijk ik gelukkig alleen – hoe moet je anders van de rust genieten – Wat is ze wonderlijk mooi die natuur: een oranje ondergaande zon die de lucht zijn lading en gloed geeft, een immer ruisende zee die als een backing vocal het zich voortdurende veranderende landschap begeleidt. En in de verte de vuurtoren, een hemelwijzer als baken op aarde.

Als de zon langzaam verdwijnt verandert de sfeer met hetzelfde tempo. In de mystiek verwisselt de dag zich voor de nacht. Het wordt koud en klam. Het landschap wordt langzaam opgeslokt en lijkt te sterven door een witte deken van mist – de Witte Wieven zijn gekomen en nemen op weg naar de nacht fluisterend bezit van het landschap. Laat ze maar komen, laat me maar even samen met het landschap verdwijnen en rusten onder hun witte, zachte deken.

Nadat het licht verdwenen is staat – als op een woord – de wereld stil. Morgenvroeg zal de opkomende zon de Witte Wieven weer verdrijven en de nacht zich omwisselen voor een nieuwe dag; de zoveelste dag – en hij zag dat het goed was.

Castor en Pollux

Warm is het, te warm om te slapen. Half vier, ik ga er maar weer uit en loop onrustig door deuren en langs ramen. Staand voor een open raam kijk ik naar de sterrenhemel die zich schijnbaar deze nacht wil laten ontdekken.

Links naast een bijna verborgen maan staat een heldere ster die uitnodigend straalt waardoor ik me af vraag wat zijn of haar naam is. Mijn fotovriend – natuurkenner van korstmos tot kosmos – heeft me getipt over een mooie app die de sterrenhemel een naam geeft. De afgelopen nachten heb ik hem vaak gebruikt en ben ik verrast over zijn werking en de informatie die hij biedt; er gaat een wereld voor je open, een die groter is dan waarop ik nu op rondloop. Venus is het, geen ster, maar een planeet. Ik heb het verschil gisteren nog aan mijn kleinzoon uitgelegd; je bent alleen zichtbaar in het licht van een ander. Maan en Venus, beiden planeten die het van een ander moeten hebben.

Als mijn ogen verder aan het duister gewend zijn zie ik nog verderop links van de maan twee kleine lichtpuntjes, het blijken Castor en Pollux te zijn, de helderste sterren van het sterrenbeeld Tweelingen. Mijn associatief brein neemt me mee langs oude beelden en herinneringen als reiziger door tijd en ruimte. Ik wordt er rustig van; te weten onderdeel te zijn van een groter geheel geeft de mens rust – niet langer alleen te zijn in een slapeloze nacht.

De afgelopen weken brachten juist wel een sfeer van eenzaamheid en onrust. Beperkte levensruimte en contactloos leven vormden de contouren van ons bestaan. We haalden onze rolstoeldochter naar huis om haar te beschermen tegen een onzichtbare vijand en zelf maakten we korte uitvluchten naar een vaste plek op een naburige camping. Heen en weer in tijd en ruimte …..

Op de app lijkt een satellietspoor de sterren en planeten in twee werelden te plaatsen; die van licht geven en die van licht ontvangen. Net zoals in de mythologie de Griekse tegenhangers van Castor en Pollux. Zij verbleven de ene dag als goden op de Olympus en de andere dag als sterfelijke zielen in Tartaros; evenzo voelde ik me soms heen en weer geslingerd tussen twee soortgelijke werelden.

Maar nu is er dus even rust en nadat ik de app leeg-gelezen heb besluit ik mijn eigen ‘Leda’ weer op te zoeken in de hoop de slaap te kunnen hervinden. Verrassend hoe soms twee werelden tot één versmelten als je tijd en afstand even de ruimte geeft.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Castor_en_Pollux

Van beeld, tekst en een broodmachine

Op mijn fotografie site beschrijf ik waar mijn passie ligt en verwoord die in termen van ‘Licht en Letters’. Het zal niemand verbazen dat in tijden van een pandemie en de daarmee samenhangende isolatie, waarin ik mij met een deel van mijn gezin bevind, er weinig te fotograferen valt. Mijn rolstoeldochter heeft whatsappies de wereld ingestuurd als teken van leven, maar daar blijft het dan ook bij. Mijn fotowerk ligt op zijn gat, juist omdat ik fotograaf van de ontmoeting wil zijn.

Het ‘Licht’ is even uit dus en wat resteert zijn de ‘Letters’. En daar heb ik er gelukkig nog genoeg van. Juist in een periode van rust en afzondering komen de gedachten van deze toe- en beschouwer vanzelf en ontstaat de behoefte deze woorden te geven. Ik heb daarom mijn oude website met blogs nieuw leven in geblazen en laat me verrassen wat er allemaal komen gaat – het is er de tijd ook naar zullen we maar zeggen.

‘Of ik een hamsteraar ben’ vroeg ik mezelf af vandaag. De lang gekoesterde broodmachine is gearriveerd en een van mijn niet opgesloten dochters heeft zowaar een pak broodmix kunnen bemachtigen en bij ons voor de deur gezet samen met een tros bananen en wat sinaasappelen, noodzakelijke bestrijdingsmiddelen voor mijn nu al drie weken aanhoudende griep. Ik zat dus al binnen, dus zit ik dankzij corona-gevaar eigenlijk in de verlenging, die waarschijnlijk langer gaat duren dan de wedstrijd zelf. Hopelijk komen er geen strafschoppen, want er valt niets te winnen.

Met enige aarzeling heb ik de voordeur geopend en trok ik ongezien mijn reddingspakket binnen onze vesting, want dat is het. Het tuinhek zit op slot, de brievenbus is weer buiten opgehangen en er staat een blauwe container met een briefje dat daar de pakketjes in mogen, want de goederenstroom moet gaande blijven; een trapdingentje voor mijn rolstoeldochter nu de fysio is weggevallen en een leesboek dat ik later aan de kleinkinderen wil geven.

In onze vesting zijn de voorschriften aangescherpt want onze rolstoeldochter hebben we niet voor niets weer thuisgehaald. Het was een vreemd gevoel haar weer ‘naar huis’ te halen en ik moest denken aan een verhaal dat ik eerder schreef toen ze de deur uit ging op weg naar ‘zelfstandig’ wonen in een begeleide setting. ‘Daar gaat ze’ was de titel van de blog en nu dacht ik ‘Daar komt ze’. Want lang gaat het waarschijnlijk duren en onze levens zullen weer meer verstrikt dan wat destijds – met tranen in de ogen – de bedoeling was. Toch is het fijn weer zo voor elkaar te kunnen zorgen al is de setting de verkeerde. Zij doet de was weer en helpt met van alles mee als ware het haar geplande dagbesteding.

Het hamsteren zij me vergeven hoop ik; het kleine beetje geeft me als mantelzorger het gevoel dat ik het niet alleen voor mezelf doe. We zullen de broodmachine morgen uitproberen en als het smakelijk brood oplevert zal ik de rest van de familie vragen me wekelijks wat extra mixjes aan te leveren.

 

Eén wereld

En zo wordt je samen stilgezet. Corona lijkt alles te beheersen. De (mogelijke) gevolgen voor ons gezin zijn groot. Onze rolstoeldochter zit opgesloten in haar eigen huisje omdat de dagbesteding dicht is en zij en haar buurmannen en -vrouwen geen bezoek meer mogen ontvangen. Ze is niet de enige die behoort tot de vergeten groep als het gaat om aandacht en maatregelen. Omdat ze tot de kwetsbaren behoort vragen wij ons af of we haar naar ons huis moeten halen; uit voorzorg mijden we daarom zelf maar zoveel mogelijke contacten inclusief die met de kleinkinderen. Andere kinderen van ons hebben kwetsbare beroepen en vragen zich af hoe het verder gaat met werk, gezin of huis.

Ondanks de retorisch mooie toespraak van Rutte blijf ik toch met tegenstrijdige gevoelens zitten. Het is er de tijd niet voor om te gaan jij-bakken, maar ik wordt toch een beetje iebel van de woorden als ‘we hebben ze hard nodig’ en ‘we zijn trots op ze’ als het om werkers binnen gezondheidszorg, het onderwijs en de politie gaat. Juist naar deze, veelal door passie gedreven, werkers is er de afgelopen jaren te weinig geluisterd als het over hun problemen ging omdat het door hem geleide kabinet juist niet luisterde naar deskundigen en met veel valse ‘logos’ en te weinig ‘pathos’ haar eigen ‘ethos’ aan het verspelen was. Ze zijn stelselmatig ondergewaardeerd en nu blijken we ze allemaal hard nodig te hebben om …. ja, wat om?

Natuurlijk heeft een samenleving een gezonde economie nodig, maar is geld de enige noemer die telt? Als de wegvallende export zo enorm is (85% van de bloemen) vraag je je af waarom we al deze werkers niet ‘inzetten’ voor onze eigen (voedsel)productie en in de publieke sector. Boeren zouden hierin een onderscheidende rol kunnen spelen; van varkens naar bloemkolen, van kippen en kazen naar meer gewassen voor eigen consumptie. Ik roep maar eens wat.

Zelf ben ik een beetje bang dat we met een forse greep uit onze diepe zakken het huidige systeem zo snel als mogelijk weer op het oude niveau willen brengen zonder na te denken over de systeemfouten in bijvoorbeeld de wereldhandel en -economie. Misschien is het ook handig bij een redesign ook de milieu-, verkeersproblemen en het uit de hand gelopen massatoerisme mee te nemen; allemaal kenmerken van een wereld die sneller moet dan ze kan. Ik weet dat sommigen het een ‘rotmaatregel’ vinden, maar onze wereld moet echt van 130 naar 100 en minder willen we niet verstoppen en verstikken ! En af en toe eens samen een dag helemaal – uit eigener beweging – stil gaan staan. Ik ken trouwens Iemand die dat ook zo bedoeld heeft.

Watch-the-rainbow-watch-the-rainbow-watch

Deze woordspeling zonder eind laat me even niet meer los sinds gisteravond. We hadden er alles aan gedaan met zoveel mogelijk gezinsleden naar een concert van Matthijn Buwalda te gaan. Tot op het laatste moment was de deelname niet maximaal en ondanks de zich herhalende uitnodiging leek het daarbij te blijven. Mijn oudste zoon had eerder een jeugddienst meegemaakt waar Matthijn optrad en bleek niet overenthousiast te zijn. Gesloten als hij is kwamen we er niet helemaal achter, maar ik denk dat het met afstand houden te maken heeft. Afstand tot wat en wie?

Uiteindelijk koos hij – gestimuleerd door zijn vriendin, die we gezien de duur van hun relatie tot ons gezin rekenen – toch mee te gaan voor de gezelligheid en om zijn zusjes niet teleur te stellen. Dankbaar en blij vertrokken we met z’n allen naar Zwolle. Matthijn trad op in de thuiskerk van onze rolstoeldochter en we hadden ons gehaast op tijd te zijn voor een mooi plekje. Gewapend met veel zin en mijn camera zat ik met een deel van mijn gezin op de eerste rij. Mijn camera is het mooiste excuus om met de neus vooraan te zitten, ook al is dat te midden van de allerkleinsten.

Matthijn stelde ons niet teleur. De nummers van zijn nieuwste CD geven blijk van zijn talenten, zowel muzikaal als tekstueel. Voor mij speelt herkenbaarheid in de teksten een grote rol en in dat opzicht is het lied Podium van Leven een topper. Als beschouwend mens zweef ik dan even boven mijn eigen en andermans leven en zie zon en regen, soms tegelijkertijd. Afstand: waar zou mijn zoon dat van hebben?

Na afloop het gebruikelijke handtekeningenwerk. Dit keer had ik er een efficiënt gebeuren van gemaakt. Aan ieder briefje voor een handtekening had ik voor Matthijn een frutseltje gehangen met daarop de naam van de betrokkene.

Bij het briefje voor mijn oudste zoon + vriendin vroeg Matthijn een toelichting; of het een stel was. Ik lichtte toe hoe ze elkaar hadden leren kennen en mijn gedachten gingen daarbij terug naar een tijd waarin ik me zorgen maakte om mijn oudste. Een tijd waarin we tijdens vele boswandelingen elkaar mochten vinden als zoekende mensen; ik op mijn pad en hij op een voor mij onbegrijpelijk pad dat mij uiteindelijk zicht gaf op een groep ook zoekende en vaak – door het leed in de wereld – gekwetste jongeren. Vaak donkergekleed weerspiegelen zij wat zij in de wereld aantreffen. Leed – it ain’t fair – maar alom aanwezig. Waar is de hoop – dacht ik vaak toen ik met hem sprak, hoop op een betere wereld, hoop op gerechtigheid. In die tijd schonk ik hem een horloge uit mijn verzameling, een horloge dat de kleurencirkel van Johannes Itten als wijzerplaat heeft, regenboogkleuren die naar ‘hoop’ verwijzen voor een van onrecht ondergelopen wereld, naar een nieuwe wereld die zeker komen gaat.

Mijn zoon en het horloge zijn onafscheidelijk. Ook toen hij samen met zijn vriendin en Matthijn op de foto ging. Het heeft een mooi plaatje opgeleverd dat ik altijd bij me zal houden.

En als de hoop af en toe vervaagd zal ik hem vragen hoe laat het is…

Een goed gesprek aan boord

Gisteren spraken mijn vrouw en ik met onze jongste dochter. Het was een intensief en ontroerend gesprek. Zo nu en dan – helaas ontbreekt het aan regelmaat – hebben we zo’n gesprek met sommige van onze kinderen. Ik moet eerlijk bekennen dat er dan ook vaak een directe – negatieve – aanleiding bestaat. Ook wij staan, net als andere ouders, te vaak stil bij datgene wat misgaat. Het zal onze aard en/of opvoeding zijn, maar soms gaat er gewoon veel mis toch of is deze opmerking juist het bewijs? Want daarnaast bestaat ons gezin veel uit types van ‘doe maar gewoon’. Helaas is ‘gewoon’ vaak ‘gewoonlijk’ dus blijft alles bij het oude.

Ik schreef dat we met ‘sommige’ van onze kinderen dit soort gesprekken hebben. Onze gezinssamenstelling herbergt een grote biodiversiteit aan karakters die alle wetten der genetica logenstraft. Enige exemplaren hebben onbewust en onbedoeld de neiging zich voortdurend terug te trekken in het eigen holletje, van waaruit ze de wereld via een ruim bemeten computerscherm gadeslaan en sporadisch met die wereld interacteren, behalve onze jongste dochter dan die de hele wereld aan- en bij elkaar chat hetgeen mede aanleiding was voor ons gesprek.

Een andere aanleiding was dat ze de laatste tijd merkbaar niet lekker in haar vel zat. Vaders en moeders hebben daar ieder zo hun eigen antennes voor. Moeders voelen die zaken gewoonlijk aan door iets wat je intuïtie noemt, zelf ben ik meer van de kwantitatieve analyse. Zo houd ik haarscherp bij hoe vaak en hoeveel ze volgens haar eigen toezeggingen te laat thuiskomt, meestal in het weekend. De laatste keer werd een drempelwaarde overschreden en daarom ook een onderwerp om eens even over door te praten.

Achter het te laat thuiskomen bleek ook een ander fenomeen schuil te gaan. Ze is 18 en wat wil je, moet ik nog meer vertellen? Ik ontmoette ze na een nachtelijke zoektocht bij de brievenbus een straatje verderop. Het leek er niet op dat ze een kaartje op de bus wilden doen, noch dat ze de laatste, of eerste  lichting aan het uitvoeren waren. En toch was er sprake van een boodschap, naar elkaar of naar mij? Mijn vrouw had het intuïtief al waargenomen en voor mij was het een verklaring van het in ons beeldscherm gebrande portret van de (andere) persoon in kwestie. En zo stond het derde onderwerp op de agenda.

U zult begrijpen dat het laat geworden is met onze dochter. Het was een gesprek waarin we elkaar ontmoet hebben als zoekende wezens, zoekend naar wie we zijn of willen zijn, zoekend naar een plek binnen de verschillende sociale structuren van gezin, kerk, vrienden en familie. Kijkend in de spiegel, zoals de dominee gisterend verwoordde, en peinzend over ons eigen spiegelbeeld. Peinzend en turend omdat het beeld vaak nog niet helder is; voor ons ouders als ‘end-mid-lifers’ tekenen zich zo langzamerhand wel de contouren af, voor onze dochter is het meer een filmvoorstelling waarin verschillende karakters elkaar in snel tempo afwisselen. Bij haar is het voortdurend storm, bij ons is er slechts zo nu en dan een windvlaag en heel af en toe een windhoos die hooguit wat oppervlakkige schade toebrengt aan het door de tijd gevormde landschap inclusief onszelf.

Bij het aftasten van ons spiegelbeeld viel ons ook wat anders op. Jezelf wegdenkend krijg je meer oog voor het landschap, – de omgeving – waarin je staat en constateer je dat je soms niet alleen bent. Plots wordt je je gewaar van de context waarbinnen je bent wie je bent en zijn wilt wie je wilt zijn. Zo spraken we met ons drieën over de door ons gedeelde omgeving van ons gezin, ieder vanuit zijn eigen positie, rol en verantwoordelijkheid.

Onze dochter die op dit punt beschikt over een boven gezinsgemiddelde waarneming heeft een bijzonder oog voor de eerder genoemde biodiversiteit en kiest daarin zo haar eigen positie. Het woord ‘kiezen’ roept bij mij altijd enige aarzeling op. Is het altijd een bewuste keus hoe we ons opstellen, hebben we altijd een onbeperkte vrijheid om te kiezen en ligt bij ‘kiezen’ niet ook altijd de tegenhanger van het ‘aanpassen’ op de loer en in dit geval ‘het aanpassen ten koste van jezelf’ zodat ‘dienen’ niet meer ‘dienend’ naar jezelf is? Wordt de keuze(vrijheid) ook vaak niet beperkt en daarom bepaald door eerder in de tijd gemaakte keuzes waardoor er geen weg meer terug is; bijvoorbeeld vanwege je grote – en vaak terechte – verantwoordelijkheidsgevoel. Heb je jezelf daardoor soms ongemerkt een beperking opgelegd?

Zo vormen ‘keuze’ en ‘beperking’ een onafscheidelijk woordpaar in het boek van ons gezins- en individueel leven. Tegenwoordig transformeert men het begrip ‘beperking’ liever naar ‘mogelijkheid’. Zelf vind ik het ‘mooi weer’ spelen in de storm van ons leven. De worsteling die we alle drie soms meemaken is er niet één van niet-kunnen-kiezen omdat er teveel mogelijkheden zijn, maar vaker één van om moeten gaan met datgene wat je graag anders gewild had bij jezelf of bij de ander. En dat geldt ook voor de situatie waarin je je bevindt en wilt blijven bevinden omdat je je verbonden en verantwoordelijk voelt voor de ander en voor jezelf. Met onze dochter herkennen en delen we dat gevoel. Ondanks de leeftijdsgebonden- en andere stormen staan we alle drie stevig op de grond, ook al zie je die soms niet in de spiegel omdat je er te dicht opstaat. Stevig op de grond door een goed fundament in hetzelfde geloof in een ‘behouden vaart’.

In gedachten zie ik ons in de onlangs in Meppel afgemeerde ‘Ark van Noach’ springen, met z’n allen – niet alleen ons drie. De toegang wordt niet geweigerd – en niet alleen omdat we de noodzakelijke biodiversiteit meebrengen, maar omdat we op de passagierslijst staan.

Gelukkig zijn we niet alleen en ontmoeten we velen die deelgenoot zijn van onze aardse sociale structuren. The Gospel train is coming – Get on board, little children – het was de eerste negro-spiritual die ik leerde op het inmiddels 50 jaar geleden gestichte Greijdanuscollege. Akkerman was de naam, een muzikale man aan wie ik fijne herinneringen bewaar omdat hij dit lied door zijn passie in mijn ziel geëtst heeft. Een lied, een metafoor, de roep van een Stationschef die ons zo’n 2000 jaar geleden opriep in te stappen, vooraf gegaan door zijn Vader die ruim daarvoor een heel gezin uitnodigde aan boord te gaan van een timmermanscreatie.

Graag gaan we mee verder op reis – bestemming bekend – kaarten betaald. Mis de boot, de trein en ons niet!

Genesis 6:18
Maar met jou zal ik een verbond sluiten. Jij moet de ark in gaan, samen met je zonen, je vrouw en de vrouwen van je zonen.

Efeziërs 1:11
In hem heeft God, die alles naar zijn wil en besluit tot stand brengt, ons de bestemming toebedeeld 12 om vanaf het begin onze hoop te vestigen op Christus, tot eer van Gods grootheid.