stadscafé Stroomberg

ik kijk uit over het plein
mijn binnenste is warm
gevuld met vaste gasten
en mijn buitenste ring
is het toevluchtsoord
geworden voor hen die
woorden aaneenrijgen tot
verhalen en gedichten

en als de bodem van de
laatste glas zich ontbloot
en het laatste restje wijn is
opgedroogd tot een rood sein
vraag ik de waard die op
gepaste toon en wijze zijn
laatste woorden zal spreken
zodat ik mijn ogen sluiten kan