Rijwielstalling

Op een steenworp afstand van mijn woonplaats, ligt het fanfaredorp Giethoorn. Ik kom er graag. Opgegroeid in een slotenlandschap voel ik me er thuis. Vaak huur ik er een fluisterbootje, dit keer uitgezwaaid met een ‘ik zie wel wanneer jullie terug zijn’.

Het is de gewoonte na afloop aan te meren bij het dorpscafé. De Fanfare ligt er weer uitnodigend bij. We worden door de kastelein op de gebruikelijke wijze ontvangen. ‘Heb je nog een plaat bij je?’ Binnen hangt het vol met kentekenplaten, wegwijzers en alles wat plat is en waar iets op staat. Vorige keer bracht mijn kleinzoon een SH-plaatje mee, dat nu achter de bar hangt als uitnodiging om luid en duidelijk te spreken. Als mijn ogen zoekend langs het plafond gaan vraagt hij ‘opa, wanneer neem jij een keer iets mee?’

Ik heb lang getwijfeld, maar nu de jaren gaan tellen besluit ik hem een verhaal uit mijn jeugd te vertellen. ‘Weet je’ begin ik ‘in mijn garage hangt een groot emaille bord waar RIJWIELSTALLING op staat. Ik heb het gekregen van een NS-directeur. Het bord stond jarenlang bij de fietsenstalling in IJsselmuiden, waar ik altijd haastig mijn fiets neerplofte om de trein naar Zwolle te kunnen halen. Toen het gebouwtje afgebroken werd, besloot ik erom te vragen, maar hoorde lange tijd niets. Jaren later belde de NS-directeur naar mijn vader met de vraag wanneer we het bord op konden halen.

Met dat bord in gedachten zoek ik ook nu weer het plafond af. ‘Kijk jongen, als ik dood ben zou dat een mooi plekje zijn, daar boven …..’, nog voor ik uitgesproken ben rent hij naar de kastelein en wijst naar de lege plek boven het biljard. ‘Meneer, kunt u dat plekje daarboven reserveren voor mijn opa, voor als hij dood is meneer?’

de sleutel

kasteel, mijn kasteel, zorgvuldig opgebouwd en ingericht,
serre, uitkijktorens, een zolder met gesloten toegangsdeur,
waarvan de sleutel een verdieping lager ligt te wachten,
te wachten om gevonden te worden door wie wil zoeken,
tot ik, kasteelheer, de deur van mijn gedachten kan ontsluiten

vergeten sleutel, aan de ronde tafel van het samenzijn
door mijn geliefden in hun talige matrijzen gevormd en
aangereikt aan mij, maar die in de strijd verloren ging,
werkloos bleef de deur van mijn gedachten, totdat ik
vond, en zichtbaar werd wat ik – gedachtenjutter – had verzameld

nu hij geopend is zal ik mijn volle zolder binnentreden,
wikken en wegen de veelheid aan gedachten en kiezen,
verhalen en gedichten maken tot jonge frisse bloemen,
ze planten in mijn kasteeltuin, in haar middenhart en in
de perken die ik aangelegd heb voor mijn geliefden

met de kinderen van mijn kinderen zal ik de torens beklimmen,
hun laten zien dat mijn domein zich eindeloos uitstrekt
voorbij de horizon, een volle maan en verre sterrenhemel
daar in de oneindige ruimte, waar onze dromen groeien,
spelen als kinderen, kinderen van de eeuwige jeugd

en in mijn achtertuin, daar waar de zon niet schijnen kan,
zal ik wat ik niet kan of wil gebruiken ophopen op kille grond,
aan de kleine beestjes overlaten totdat ze volverzadigd zijn,
als dan de hoop zijn laatste damp heeft uitgeblazen, dan zal
de tuinman wat nog over is verstrooien in mijn bloementuin

2 juni 2022