Wat een bijzonder festival! – zo begon ik mijn verslag van het vorige festival in 2024, zou het dit keer anders zijn? Na een hink-stap-hik in de communicatie met Herman van content en communicatie – whats in a name – had ik vorig jaar overgeslagen, maar zag het er nu veelbelovend uit. Alles goed geregeld, we zouden met de caravan op een naburige camping staan om het festival meerdere dagen te kunnen bezoeken en naar hartenlust foto’s te maken.
Maar het liep anders …..
Eerst nog op vakantie naar de Elzas – een tip van mijn schoonzus die het quilten niet kan laten en daar ergens in een verlaten mijnstad het jaarlijkse quilt festival bezoekt. We wandelden langs ’s Heeren wegen, bezochten talloze dorpjes die als pareltjes tussen de bergen uitgestrooid lagen en het topmuseum Unterlinden in Colmar. Wat wil een mens nog meer, sterker nog, we stopten het plan om de caravan te verkopen in de ijskast en in gedachten maakten we al weer een volgende trip naar een soortgelijke streek.
Enfin, na zo’n twee weken begint het toch te kriebelen. ‘Thuis roept’ en met name zij die er opgroeiden, nu elders verblijven en om veelal praktische redenen onze aanwezigheid in Meppel en omstreken op prijs stellen. Eerlijk gezegd kunnen we allemaal gewoon niet zonder elkaar en draaien we in ons humanitaire zonnestelsel rondjes om elkaar heen, ieder op zijn eigen wijze en tempo. Dus reden we zonder overnachting in Pruusenland in één ruk huiswaarts. Alleen stoppen om te tanken, zelf even bijtanken was er niet bij vanwege de volle parkeerplaatsen. In Duitsland is sinds mijn geboorte de zondag-truckers-rustdag van kracht – ze dachten die moet de weg niet op mit der Kinderwagen. De rekening kregen we bij het uitstappen gepresenteerd, het eens zo soepele lijf van mijn reisgenote had een ongewenste vorm aangenomen. De mantelzorger in mij ontwaakte uit zijn tijdelijke slaap.
Graceland stond op de tocht, maar wellicht was er nog een aangename passaatwind op komst die het vrouwenlichaam kon beroeren en haar weer kon oprichten, het bleef uit. Ze moest het doen met de fysio die haar een paar keer per week opbeurde met de woorden dat pijn de bakermat van het herstel is.
En zo toog ik alleen richting Arnhem. Mijn rolstoeldochter had met een groep mede-rollers een weekje Wales aangedaan en moest weer naar haar stekkie in Kampen gebracht worden met als tussenstop een weekje uitrusten in Meppel, voor haar dan. ‘Er brand wel een lampje in de auto, een gele met een motorsymbool, maar die gaat af en toe ook weer uit’, gaf mijn vrouw nog mee. Een motormanagementhapering heet dat, maar zolang de lampjes niet rood worden is het gewoon doorrijden toch? Nou dat werden ze wel toen ik de auto startte voor de terugreis. Een fel knipperend rood oliekannetje schreeuwde om aandacht. Gelukkig had ik nog een litertje onaangeroerd liggen in de auto en als de dorst gelest zou zijn snel weer huiswaarts. Na 100 meter voegde zich de tekst ‘oliedrukprobleem’ bij het oliekannetje, waarna ik stuiterend over een fietspad een veile parkeerhaven vond.
‘Hoe lang het duurt kan ik u niet zeggen, het is druk vanavond, maar u hoort het zo snel mogelijk’. Als pech je vak is heb je geleerd vriendelijk te blijven en daarom bleef ik het ook maar. Aan schreeuwen heb je niets, de auto luistert toch niet. En zo belde ik mijn jongste schoonzoon die zijn net geopende biertje aan zich voorbij zag gaan. De inmiddels gearriveerde wegenwachter was duidelijk, op een A4-tje schreef hij in kapitalen ‘niet starten’. Na enen waren we thuis. De auto bleef achter in afwachting van de sleepdienst en ging een voor hem en ons ongewisse toekomst tegemoet.
Weg auto, weg trekhaak, weg caravan, weg kampeerweekend. En weg Graceland? Ik meldde aan Herman dat het allemaal niet door zou gaan. ‘We hebben je nodig’. Zo’n armbandje heb ik al dacht ik. Of het mijn eergevoel, trots, het niet willen opgeven of het zelf toch ook nodig hebben was weet ik niet, maar ik besloot toch nog een dag te komen. Zaterdag werd het, en wat voor één!
Met een met fotospullen volgepakte leenauto arriveerde ik na ruim twee uur rijden op landgoed Velder bij Liempde. Ik had er wakker van gelegen, wat zou ik aantreffen en hoe zou het zijn als vrije vogel te werken in een mediateam op het ritme van een strak rooster?
Ik kwam in een warm bad terecht. Herman keek me diep in de ogen en roerde mijn binnenste met zijn vragen of en hoe het ging. ‘Als modderkruiper had ik de afgelopen weken door de ruim aanwezige shit bewogen op zoek naar vaste droge grond – nou even wat minder dus Herman, maar als ik hier ben voel ik me vrij’. Eigenlijk heb ik het gewoon nodig, even ronddolen op een land van genade, even vrij zijn, je vrij voelen, mijn naakte zelf voelen, ontdaan van de zorgjas die zo af en toe te strak zit, maar me te dierbaar is om uit te trekken. Diep ademhalen en de Geest opsnuiven gedragen door dwalende voeten, die moe zijn van het lopen door omwoelde modder-aarde en zoek naar vaste- ‘Grond onder je voeten’.
Het is weer even op gang komen als je laatste concert al weer even geleden is. Als de routine ontbreekt grijpt de onzekerheid zijn kans, een goede voorbereiding ten spijt. Na twee podia keert de rust weer en ontwaakt de creativiteit leunend op de auto-pilot. Andere shots, andere invalshoeken, minder alleen fotograaf, meer ook festivalganger, van ik naar wij, naar samen gedragen worden door onzichtbare handen, beloftevolk op genade grond en ik mag daarbij horen.
En zo doolde ik over een stervormig stelsel van paden steeds op zoek naar het volgende podium. En af en toe stond ik onderweg even stil en werd de straatfotograaf in me wakker om een niet-doorsnee mens of tafereel te ‘vangen’, best vaak voor een doorsnee Drentse GKN-er, al beschouw ik mezelf in toenemende mate juist niet als zodanig – een feest van herkenning dus. In een portacabin met airco kon ik dan telkens tussentijds even bijkomen en onder het genot van veel snoep mijn vangsten droppen. Vlugge vingers slingerden ze daarna de cloud in.
Op de terugweg naar huis dwaalde ik als beschouwer in gedachten verder. Wat heb ik eigenlijk gezien, wat sprak me toch zoveel aan van wat ik zag? Onder de ‘modder’ vertrok ik die ochtend op weg naar iets waarna ik bleek te verlangen, ondanks alle tegenwind. Ik had me vrij gevoeld en gaandeweg voelde ik dat ik gewassen werd – onderdompeling, besprenkeling, regenbui – whats in a name, als je maar glanzend tevoorschijn komt toch? En dat kwam ik.
Toen ik afscheid nam kreeg ik van Herman naast lieve en mooie woorden ook iets tastbaars mee. Toen ik het thuis uitpakte werd ook mijn vrouw erdoor geraakt en dwaalden we die avond nog een tijdlang rond in de wereld van de levenslessenvanmuisenbeer. Zij was het die doorzag wat me die dag dreef en waar ik zo naar verlangd had…..
Kijk voor mijn foto-samenvatting op: www.defotosjaak.nl
Voor de aftermovie van het Graceland Festival:YouTube
en voor de wereld-van-muis-en-beer:Instagram


Vandaag zat ik samen met mijn vrouw op een bankje bij de plek waar de reddingsboot gelanceerd wordt. Ik tuurde over het wad naar de einder – Harlingen, Terschelling, ver weg maar niet onbereikbaar. Op het hek voor me een bordje waarvan ik me afvroeg of het daar altijd al gehangen had. Leuk bordje, zoals je het ook kunt vinden in een souvenirwinkeltje. Maar het is volgens mij meer dan dat. Er naast een in het zand gestoken kaars – onaangestoken – en een verdorrend plantje. De lont nog onaangetast door vuur, dat met deze harde wind geen kans van overleven zou hebben. Het assemble is een monument, een herinnering aan iets wat samen gedeeld werd – ons plekje. Ik sla een arm om haar heen die naast me zit. Ze is me dierbaar, en nu Goddank nog ‘bereikbaar’ op wat ook ons plekje is.