Graceland Festival 2026

Wat een bijzonder festival! – zo begon ik mijn verslag van het vorige festival in 2024, zou het dit keer anders zijn? Na een hink-stap-hik in de communicatie met Herman van content en communicatiewhats in a name – had ik vorig jaar overgeslagen, maar zag het er nu veelbelovend uit. Alles goed geregeld, we zouden met de caravan op een naburige camping staan om het festival meerdere dagen te kunnen bezoeken en naar hartenlust foto’s te maken.

Maar het liep anders …..

Eerst nog op vakantie naar de Elzas – een tip van mijn schoonzus die het quilten niet kan laten en daar ergens in een verlaten mijnstad het jaarlijkse quilt festival bezoekt. We wandelden langs ’s Heeren wegen, bezochten talloze dorpjes die als pareltjes tussen de bergen uitgestrooid lagen en het topmuseum Unterlinden in Colmar. Wat wil een mens nog meer, sterker nog, we stopten het plan om de caravan te verkopen in de ijskast en in gedachten maakten we al weer een volgende trip naar een soortgelijke streek.

Enfin, na zo’n twee weken begint het toch te kriebelen. ‘Thuis roept’ en met name zij die er opgroeiden, nu elders verblijven en om veelal praktische redenen onze aanwezigheid in Meppel en omstreken op prijs stellen. Eerlijk gezegd kunnen we allemaal gewoon niet zonder elkaar en draaien we in ons humanitaire zonnestelsel rondjes om elkaar heen, ieder op zijn eigen wijze en tempo. Dus reden we zonder overnachting in Pruusenland in één ruk huiswaarts. Alleen stoppen om te tanken, zelf even bijtanken was er niet bij vanwege de volle parkeerplaatsen. In Duitsland is sinds mijn geboorte de zondag-truckers-rustdag van kracht – ze dachten die moet de weg niet op mit der Kinderwagen. De rekening kregen we bij het uitstappen gepresenteerd, het eens zo soepele lijf van mijn reisgenote had een ongewenste vorm aangenomen. De mantelzorger in mij ontwaakte uit zijn tijdelijke slaap.

Graceland stond op de tocht, maar wellicht was er nog een aangename passaatwind op komst die het vrouwenlichaam kon beroeren en haar weer kon oprichten, het bleef uit. Ze moest het doen met de fysio die haar een paar keer per week opbeurde met de woorden dat pijn de bakermat van het herstel is.

En zo toog ik alleen richting Arnhem. Mijn rolstoeldochter had met een groep mede-rollers een weekje Wales aangedaan en moest weer naar haar stekkie in Kampen gebracht worden met als tussenstop een weekje uitrusten in Meppel, voor haar dan. ‘Er brand wel een lampje in de auto, een gele met een motorsymbool, maar die gaat af en toe ook weer uit’, gaf mijn vrouw nog mee. Een motormanagementhapering heet dat, maar zolang de lampjes niet rood worden is het gewoon doorrijden toch? Nou dat werden ze wel toen ik de auto startte voor de terugreis. Een fel knipperend rood oliekannetje schreeuwde om aandacht. Gelukkig had ik nog een litertje onaangeroerd liggen in de auto en als de dorst gelest zou zijn snel weer huiswaarts. Na 100 meter voegde zich de tekst ‘oliedrukprobleem’ bij het oliekannetje, waarna ik stuiterend over een fietspad een veile parkeerhaven vond.

‘Hoe lang het duurt kan ik u niet zeggen, het is druk vanavond, maar u hoort het zo snel mogelijk’. Als pech je vak is heb je geleerd vriendelijk te blijven en daarom bleef ik het ook maar. Aan schreeuwen heb je niets, de auto luistert toch niet. En zo belde ik mijn jongste schoonzoon die zijn net geopende biertje aan zich voorbij zag gaan. De inmiddels gearriveerde wegenwachter was duidelijk, op een A4-tje schreef hij in kapitalen ‘niet starten’. Na enen waren we thuis. De auto bleef achter in afwachting van de sleepdienst en ging een voor hem en ons ongewisse toekomst tegemoet.

Weg auto, weg trekhaak, weg caravan, weg kampeerweekend. En weg Graceland? Ik meldde aan Herman dat het allemaal niet door zou gaan. ‘We hebben je nodig’. Zo’n armbandje heb ik al dacht ik. Of het mijn eergevoel, trots, het niet willen opgeven of het zelf toch ook nodig hebben was weet ik niet, maar ik besloot toch nog een dag te komen. Zaterdag werd het, en wat voor één!

Met een met fotospullen volgepakte leenauto arriveerde ik na ruim twee uur rijden op landgoed Velder bij Liempde. Ik had er wakker van gelegen, wat zou ik aantreffen en hoe zou het zijn als vrije vogel te werken in een mediateam op het ritme van een strak rooster?

Ik kwam in een warm bad terecht. Herman keek me diep in de ogen en roerde mijn binnenste met zijn vragen of en hoe het ging. ‘Als modderkruiper had ik de afgelopen weken door de ruim aanwezige shit bewogen op zoek naar vaste droge grond – nou even wat minder dus Herman, maar als ik hier ben voel ik me vrij’. Eigenlijk heb ik het gewoon nodig, even ronddolen op een land van genade, even vrij zijn, je vrij voelen, mijn naakte zelf voelen, ontdaan van de zorgjas die zo af en toe te strak zit, maar me te dierbaar is om uit te trekken. Diep ademhalen en de Geest opsnuiven gedragen door dwalende voeten, die moe zijn van het lopen door omwoelde modder-aarde en zoek naar vaste- ‘Grond onder je voeten’.

Het is weer even op gang komen als je laatste concert al weer even geleden is. Als de routine ontbreekt grijpt de onzekerheid zijn kans, een goede voorbereiding ten spijt. Na twee podia keert de rust weer en ontwaakt de creativiteit leunend op de auto-pilot. Andere shots, andere invalshoeken, minder alleen fotograaf, meer ook festivalganger, van ik naar wij, naar samen gedragen worden door onzichtbare handen, beloftevolk op genade grond en ik mag daarbij horen.

En zo doolde ik over een stervormig stelsel van paden steeds op zoek naar het volgende podium. En af en toe stond ik onderweg even stil en werd de straatfotograaf in me wakker om een niet-doorsnee mens of tafereel te ‘vangen’, best vaak voor een doorsnee Drentse GKN-er, al beschouw ik mezelf in toenemende mate juist niet als zodanig – een feest van herkenning dus. In een portacabin met airco kon ik dan telkens tussentijds even bijkomen en onder het genot van veel snoep mijn vangsten droppen. Vlugge vingers slingerden ze daarna de cloud in.

Op de terugweg naar huis dwaalde ik als beschouwer in gedachten verder. Wat heb ik eigenlijk gezien, wat sprak me toch zoveel aan van wat ik zag? Onder de ‘modder’ vertrok ik die ochtend op weg naar iets waarna ik bleek te verlangen, ondanks alle tegenwind. Ik had me vrij gevoeld en gaandeweg voelde ik dat ik gewassen werd – onderdompeling, besprenkeling, regenbui – whats in a name, als je maar glanzend tevoorschijn komt toch? En dat kwam ik.

Toen ik afscheid nam kreeg ik van Herman naast lieve en mooie woorden ook iets tastbaars mee. Toen ik het thuis uitpakte werd ook mijn vrouw erdoor geraakt en dwaalden we die avond nog een tijdlang rond in de wereld van de levenslessenvanmuisenbeer. Zij was het die doorzag wat me die dag dreef en waar ik zo naar verlangd had…..

 

Kijk voor mijn foto-samenvatting op: www.defotosjaak.nl
Voor de aftermovie van het Graceland Festival:YouTube
en voor de wereld-van-muis-en-beer:Instagram

Ons Amelander Plekje

Sinds mijn 14e kom ik op Ameland. Eerst als kleine jongen, later als vader en nu als opa, echt mijn plekje dus. Als de veerboot is aangemeerd en ik de boot verlaat kom ik thuis – vaak met mijn dierbaren. Thuis, niet alleen omdat we vaak op hetzelfde plekje zitten, maar het hele eiland voelt zo. We hebben alle paden en straten doorkruist en bewandeld, alle musea en kerken bezocht en een paar jaar geleden heb ik alle kruispunten tussen de stranden van Buren en Hollum bij nacht gefotografeerd. Ameland heeft niets meer te verbergen voor me. Maar zoals eb en vloed het eiland vormen en hun sporen achterlaten geldt dit ook voor haar bewoners en bezoekers; getijden en de tijd zijn metgezel van onze sterfelijkheid. Ik werd eraan herinnerd toen ik gisteravond foto’s maakte op de veerdam en de (ms) Ameland mistte. Een paar jaar geleden fotografeerde ik haar schipper in de uit haar as herrezen Sint Clemens Kerk. ‘Ja hoor, dat mag wel’ was zijn antwoord op mijn verzoek. Door mijn zoeker leek hij even in zijn stuurhut te staan; soms herinnert een beeld je aan een gemis.

Vandaag zat ik samen met mijn vrouw op een bankje bij de plek waar de reddingsboot gelanceerd wordt. Ik tuurde over het wad naar de einder – Harlingen, Terschelling, ver weg maar niet onbereikbaar. Op het hek voor me een bordje waarvan ik me afvroeg of het daar altijd al gehangen had. Leuk bordje, zoals je het ook kunt vinden in een souvenirwinkeltje. Maar het is volgens mij meer dan dat. Er naast een in het zand gestoken kaars – onaangestoken – en een verdorrend plantje. De lont nog onaangetast door vuur, dat met deze harde wind geen kans van overleven zou hebben. Het assemble is een monument, een herinnering aan iets wat samen gedeeld werd – ons plekje. Ik sla een arm om haar heen die naast me zit. Ze is me dierbaar, en nu Goddank nog ‘bereikbaar’ op wat ook ons plekje is.

We vervolgen onze weg met, een meer dan symbolische, tegenwind. We laten de onaangestoken kaars achter ons in de hoop dat deze weer kan branden zodra de storm is gaan liggen. Wie zal hem aansteken?

Graceland Festival 2024

Wat een bijzonder festival! Als trouwe volgeling van Elly (&Rikkert) en inmiddels ook van Jolien Damsma mocht ik een avondje ronddolen op het Scoutinglandgoed in Zeewolde, natuurlijk in ruil voor wat fotootjes, graag gedaan! Ondanks mijn smeekbede om, vanwege mijn rijk gevulde fototas, wat dichterbij te mogen parkeren word ik resoluut naar het achterste parkeerveld verwezen. Mijn, als sjouwer aangemelde, zoon draagt de kiloknallers, zodat ik uiteindelijk fris en fruitig het festivalterrein bereik.

Ik wist dat het festival zich aanprees als festival voor zoekers, maar dat ze het zo letterlijk bedoelden wist ik niet. Pas na meerdere vragen- en zoekrondes ontwaart zich voor mij een lange rij wachtenden. Na een inhaalactie, blijken ze zich voor de kassa opgelijnd te hebben. Mijn zoon heeft zich hierop goed voorbereid. Voordat ik het weet heb ik twee camera’s met maxi lenzen om mijn nek en kunnen we inclusief polsbandjes het festival terrein op.

Als ‘kijker’ tast ik het terrein en met name haar bezoekers af. Waar ben ik beland, wie zijn mijn reisgenoten? Want als je zoekt ben je reiziger, reiziger langs- en in gedachten. Het programma is er op afgestemd, het terrein ook. Aan het einde van slingerende bospaden liggen kleine door bomen omzoomde bosperceeltjes met knusse theaters en podia. Verdwaalde stoelen markeren het domein van de bezoeker. Zit je goed – staan is beter.

Ik struin langs verschillende podia en wordt teruggeworpen in de tijd, de tijd waaraan je geen herinneringen hebt omdat je hem hebt meegemaakt en waarvan ‘de rook om je hoofd is verdwenen’. En een tijd waarin de bassen mijn geplooide broekspijpen tot dansen bewogen. Na de zalvende woorden van Elly en de engelenstem van Jolien zijn er dezelfde bassen weer. Haastig wurm ik twee bespeekselde stukjes servet in mijn oren.

‘Hard hè’, ‘ja hard’.  De band Seven Spirits of Burning – ‘An anti-religious christian band, creating intense metalcore to convey a bold message of grace’ – zet sprekend zilver om in zwijgend goud. Hoe hard wil je het hebben. Ik sluip rond, achter en op het podium en zoek naar mooie doorkijkjes die de explosie van beeld en geluid een beetje kunnen inkaderen. Tussendoor zoek ik naar duiding en betekenis en meanderen mijn gedachten door een delta van emoties en events die het leven zo kenmerkt. De muziek brengt langzaam het veld in beweging als een aanzwellende storm die een korenveld geselt. Lange haren zoeken het luchtruim, armen en benen volgen het zwepende ritme. Wijds opengesperde monden spreken een taal die verder gaat dan de tong.
‘Hard hè’, ‘ja hard’. Ik hoop dat mijn zoon zich aanstaande zondag inhoudt met zijn baslijnen. De gemiddelde kerkganger zal er niet op voorbereid zijn.

‘Kom, ik heb honger’. Het voelt alsof ik de marathon heb gelopen, de jaren gaan tellen. De vijf munten gaan op aan cola en friet, weldaad voor het lichaam. ‘Die kant maar op’, we zetten onze dwaaltocht voort. Op een groot open terrein staat onder de sterrenhemel een draaimolen te wachten op de dag van morgen. Toen ik klein was zag hij er ook al zo uit en draaide ik mijn rondjes dankzij de muntjes van mijn vrijgezelle tantes.

‘Daar maar achter aan’. We worden ingehaald door een festivaller met wijde vilten hoed en dito jas, donkergroen, zij zal de weg wel weten. Op het felverlichte kruispuntje wijzen gele hesjes ons de weg en onderdrukken we de neiging juist van de gebaande weg af te wijken. Aan het einde van het pad volgt de beloning, een groot podium tekent zich veelbelovend af tegen de donkere bosrand, de opkomende maan kijkt mee. Mijn zoon waakt aan de rand van de neergevlijde menigte over mijn fotospullen. Af en toe monster ik aan om spullen te wisselen. De fish-eye doet het ook altijd goed. Maar er zijn te veel vissers dit keer. Een crew member vraagt naar mijn vergunning. Als volger van Elly mag ik door en ik beloof een paar mooie beelden aan te leveren, dat helpt ook.

Hoofdact is Wild Goose – the sound of Iona. Keltische klanken voeden mijn verlangen Schotland te bezoeken. Frank van Essen volg ik al jaren. Dicht bij het podium vind ik rust op een geluidsbox, mijn camera zwijgt, de meester spreekt. ‘Deze is in 11/8ste, probeer het maar eens’. Jaloers ben ik op mensen met een doortastende passie, helemaal als het om muziek gaat. ‘Ik heb de gave van het luisteren’ zeg ik altijd; het is de echo van het verlangen om zelf te musiceren. Zal ik mijn Philicorda orgeltje maar eens afstoffen?

Geraakt en voldaan verlaten we deze omboste muziektempel op weg naar een afsluitende Graceland in the Round, met o.a. Jolien en Rokus Maasland. De kleine tent ademt de sfeer van intimiteit. Gedempte stemmen en klanken verwelkomen ons. Het blijkt de moeite waard gewacht te hebben tot dit late tijdstip. De sfeer is er een van afsluiting, een avondgebed gedragen door vier muzikanten met ieder een eigen verhaal. Ik sluip ingetogen rond op zoek naar mooie doorkijkjes en sfeerbeelden. Na een eerste ronde is het tijd om te gaan en we laten het uitdovende festival achter ons. Via een sluipweg besparen we ons de lange tocht van de heenweg. Na een laatste banaan gaan we de duisternis in. Het licht in ons hart zal nog een tijdje nagloeien en als het bijna uitgedoofd is zal ik mijn foto’s het weer laten aansteken.

https://defotosjaak.nl/graceland-festival-2024

Als een vlinder – Krikor Momdjian

zijn pad kust zacht
de horizon, de einder
waar voorbij vandaag
de morgen woont

lijnen en losheid
ombermen de weg
waar de vlinder
zijn voeding slurpt

tussen Piet en Vincent
vervolgt hij zijn weg
op een schijfje tijd
vlogen we even samen

n.a.v. Expositie © Krikor Momdjian
@ Grenzeloos Kunstverkennen
De Wijk – IJhorst, 17 mei, 2024

Sjaak Leene

Anne

‘we zien elkaar niet zo vaak,
wilt u een foto van ons maken?’
in de luwte van de massa
zie ik vijf mooie mensen en zoek
naar het geheim achter de
sterke verbondenheid die ik zie

sterke karakters, blije gezichten
verraden een gemeenschappelijke
afkomst, wie lijkt op wie
zij als een jonge engel onschuldig
vragend kijkt ze bij mij naar binnen
voorbij mijn ogen raakt ze mijn ziel

vandaag, de ochtendkrant, een zwart
kader omlijst een gebroken gezin
– verbondenheid van toen – losgebroken
een kleine zus die vragen achterlaat
groter dan of ik toen zag en nu weet
– de foto voorbij – dag dappere engel

Groningen, 5 januari 2024
Nederlands Dagblad, 4 april 2024

 

Context is (niet) alles.

Een aantal jaren geleden kreeg ik naar aanleiding van een workshop op mijn werk een boekje met de titel “context is alles”. De achterliggende gedachte is dat een product zijn toegevoegde waarde voornamelijk ontleent aan de context waarbinnen het gepresenteerd wordt, zoals een flesje bronwater in een woestijnlandschap. Creëer dus de juiste context en zie daar, het product verkoopt zichzelf.

Hieraan moest ik denken toen ik afgelopen zaterdag een Masterclass met de titel “How to Create a Masterpiece” volgde bij Ruben Timman. Hij is de oprichter van het Museum of Humanity, een gepassioneerd man met een opdracht, zoals hij vertelde, ontvangen in een droom. Als fotograaf reisde hij de wereld rond en werd getroffen door het menselijk leed in een vluchtelingenkamp dat hij bezocht. Hij voelde daarbij het appel van, wat de joods-franse filosoof Levinas ‘de vreemde Ander’ noemt. Een appel aan zijn persoonlijke verantwoordelijkheid om de Ander met zorg en respect, dus waardig, te behandelen. Een appel dat in iedere ontmoeting nodig blijft omdat de ander maar al vaak tot object gereduceerd wordt en dus van zijn waardigheid beroofd wordt.

Tijdens Rubens verhaal bloemkoolden mijn gedachten totdat ze stilgezet werden bij de Bijbelse woorden ‘de ander liefhebben als jezelf’. Door ‘de ander’ te lezen als ‘de Ander’ besefte ik plots de diepgang en actualiteit van deze Bijbelse opdracht. Maar het bleek slechts de helft van het verhaal dat me wel vaker bezig houdt.

Eenmaal thuis werd ik geconfronteerd met een column die ik opgeprikt heb in mijn werkkamer. Hij draagt de titel ‘Ellende Verlossing Dankbaarheid Repeat’ en bevat het volgende citaat van de Deense filosoof Søren Kierkegaard: ‘Als ik iemand tegenkom die lijdt, beschouw ik het als mijn plicht om te zeggen: zorg ervoor dat je van jezelf houdt. Als je lijdt val je namelijk al snel ten prooi aan de zwaarmoedige gedachte dat je teveel bent in deze wereld.’ Kierkegaards boodschap is dat je meer bent dan je lijden, meer dan pijn, meer dan je falen. Een boodschap, ook Rubens boodschap, die ik graag doorgeef aan studenten die ik coach, maar ook mezelf voorhoudt.

Zowel Levinas, de Bijbel als Kierkegaard hebben het over de bijzondere, bijna mystieke, relatie tussen de ‘jezelf’ en ‘de ander’. Door hun onderlinge uitwisselbaarheid gaan ze samen op in het Ubuntu, het ‘ik ben omdat wij zijn’. Vaak is er nog een hele weg te gaan om bij dat ‘wij’ uit te komen. Is de impliciete boodschap achter de Bijbelse opdracht niet dat je eerst ‘de vreemde Ander’ in jezelf moet herkennen om überhaupt aan de rest van de opdracht toe te komen? Jezelf respectvol en waardig behandelen als voorwaarde in de omgang met de ander? Het is de onbesproken les die Ruben ons meegaf door zijn eigen levensverhaal met ons te delen.

Nu terug naar waar de Materclass wel voor bedoeld was. Hoe portretteer je iemand als je wilt laten zien wie hij is als uniek mens en dus niet als figurant in een groter verhaal? Rubens oplossing voor een a-contextuele benadering is even eenvoudig als doeltreffend. Om de bedoelde-mens zelf te kunnen vastleggen fotografeert hij deze tegen een zwarte achtergrond, een ‘afwezige’ achtergrond. Maar voor portretfoto’s blijkt het niet voldoende. Er zijn nog meer factoren de geëlimineerd moeten worden omdat ze te sturend kunnen zijn. Een licht achterover gebogen hoofd kan duiden op arrogantie, een scheef hoofd op verlegenheid. Ruben heeft deze en andere elementen nauwkeurig beschreven in het boekwerk dat we mee naar huis kregen. Ik heb er in de Masterclass allemaal mee kunnen worstelen. En dat is dan alleen maar de techniek, de ‘buitenkant’. Er is ook nog wat hij noemt de ‘binnenkant’, het subtiele samenspel tussen fotograaf en geportretteerde waarvan de regels als een protocol door Ruben beschreven zijn. In die ontmoeting spelen elementen als menselijk contact, veiligheid, gelijkwaardigheid en respect een cruciale rol. Om het eigene van de persoon vast te kunnen leggen wordt gebruik gemaakt van de kracht van de verbeelding. “Sluit 1 minuut je ogen, ga in gedachten terug naar toen je zes was, wat was je droom? Doe dan je ogen weer open, kijk recht in de lens, dan zal ik jou en je droom met een ‘klik’ als Meesterwerk proberen vast te leggen.

De mens als meesterwerk, kroon op de Schepping. Het is de hoeksteen waarop het Museum of Humanity rust. De thuisbasis in Zaandam hangt inmiddels vol met waardig in beeld gebrachte mensen en het is daarom op zoek naar filialen en filiaalhouders. Ruben is een man met dromen – het is mooi en mijn hoop deze met hem en een groeiend aantal Creators of Masterpieces te mogen realiseren.

Zaandam, 16 maart 2024
Sjaak Leene

‘Blackbird, fly away’

De stilte smoort mijn ongeloof, gedempt licht verdringt mijn verdriet. Zoekende woorden vinden geen rust. Daar, onder het rode kleed ligt zij die haar korte-leven-lang verlangde naar het leven, maar het niet kon vastpakken. Rondom de kist gestoken bloemen markeren de grens tussen leven en dood, ons leven, haar dood.

Ik ben op zoek naar zin en betekenis, zij was immers een van ons. In de klas zochten we samen naar woorden, vormden zinnen tot beeldrijke verhalen; ziele-spiegels voor onszelf en de ander. Haar spiegel was nooit vlak, haar beeld altijd onrustig. Vaak wilde ik haar ogen even lenen om te zien wat zij zag. De dunne zilverfilm markeerde de broze grens tussen haar zijn en willen-zijn. Hij bleek niet bestand tegen de zurige tijd die hem langzaam wegvrat totdat haar zijn een niet-zijn werd.

Was het meant-to be, het niet kunnen vastpakken wat Nienke zocht. Was zij als de Atlasvlinder zonder mond die al na 10 dagen sterft omdat ze niet kan eten, of ontbreekt de mond omdat ze toch maar kort zal leven?

Het doek lijkt gevallen voor haar die eindelijk rust gevonden heeft. Maar even gaat het weer open zodat mooie, liefdevolle woorden hun weg kunnen vinden in het theater van het leven, haar leven. Woorden die verhalen hoe ze gaandeweg de bühne verruilde voor de schaduw van coulissen en regietafels. Haar professie was haar leven, dé bühne bleek ook de bühne-van-haar-leven, het scenario voor dit afscheid is door haar zelf geschreven. Het is intens mooi te horen en te zien dat ze de regie uit (haar) handen, in goede handen heeft durven en kunnen geven.

Op de eerste rij stond ze en even waren we samen publiek. Te kort was haar leven. Als het laatste woord gesproken is verlaat ze de zaal, die ook even tempel was en zich nu adembenemend vult met Blackbird van Alter Bridge. Een indringende vertolking van wat we elkaar bij leven nog hadden willen zeggen.

Zutphen, 9 december 2023
Sjaak Leene

Binnenblijven

mijn hoofd herbergt een straffe wind
op mijn gedachtenpaden kom ik niet vooruit
het is alsof de felle wind me tegenhoudt
verder te denken dan dit moment

al keer ik mijn gedachten om terug te gaan
naar waar ik vandaan zou zijn gekomen
ook op die onbekende weg houdt ze me tegen
en rest mij slechts een surplace van rondjes draaien

nu mijn gedachten stokkend stilstaan zoek ik woorden
die ik wil vinden om me voort te stuwen
op de weg die me wegvoert van het hier en nu
en me bevrijdt van knellende gedachten

was het een buitenwind die mij de durf ontnam
of een latente binnenwind geboren in mij jeugd
die soms de kop op steekt en mij gevangenhoudt
mij binnenhoudt in een zelf gesloten wereld

Een lege kar

Het geluid van de scheepshoorn vult de ruimte tussen de vlakke Waddenzee en het hoge wolkendek. We gaan op reis.

Het inpakken vanmorgen leek een sleetse routine, waaronder onze ‘reiskus’, die allang geen startschot meer is van een nieuw avontuur. In de ogen van mijn vrouw zag ik Noorse fjorden die mijn verlangen naar ‘een keer iets anders’ weerspiegelden.

Toch was het dit keer anders. De achterbank was leeg, ons nakroost bleef aan de wal. De behoefte aan een gezamenlijke vakantie was weggeëbd. Onze overtocht bleek daarom meer dan een reis over het wad. Door de patrijspoorten zagen we meer dan een verdwijnende vaste wal en een door getijden gemarkeerde vaarweg. Mijn vochtige ogen zochten de hare, onze handen tastten elkaars herinneringen op zoek naar een vorm om ze te bewaren.

Dezelfde handen vinden elkaar op een terrasje om mijn verjaardag te vieren.  Eilandgasten trekken aan ons voorbij, zich onbewust dat ze onderdeel zijn van onze wedstrijd om de inhoud van hun fiets- en wandelkarretjes te raden. Sinds het hondenvolk door onze humaniseringsdrang geslachtofferd is valt ons op hoeveel voor mensenkinderen bedoelde karretjes geen twee-, maar viervoeters bevatten. We hebben inmiddels een algoritme ontwikkeld om te voorspellen wat de inhoud van zo’n karretje is. Alleen gesloten karretjes doen mee, omdat veel hondenbezitters de schaamte voorbij lijken te zijn. Alsof er niets aan de hand is trekken of duwen ze hun gestrikte en gekamde viervoetertjes parmantig voort, en wij vinden daar dus wat van.

Mijn vrouw is de onbetwiste winnaar. Zij leest de voorbijgangers vanuit een intuïtie die alleen zij bezit en kan daarom feilloos de inhoud van een karretje voorspellen. Met mijn gedachten van vanmorgen voel ik inmiddels met haar mee. Het is niet zozeer het kunnen voorspellen of er een hond in zit, maar meer dan dat er geen kind in zit. Een stil gemis is met ons meegereisd.